Hasj en weed
Hasj en weed komen van de hennepplant. Op de bloemtoppen zitten haartjes die hars afscheiden. Hasj ontstaat door de bloemtoppen te koelen en te zeven. De korrels die dan overblijven, worden tot plakken geperst.
Weed ontstaat door de bloemtoppen en de bladeren te drogen en te verkruimelen.
Hasj en weed worden meestal gerookt; dat heet blowen. De hasj en weed wordt dan vermengd met tabak en tot een stickie of joint gerold. Soms roken gebruikers het in een speciale pijp: een chillum of waterpijp. Hasj en weed kunnen ook worden verwerkt in voedsel, bijvoorbeeld in een spacecake.
Het werkzame bestanddeel van hasj en weed is THC (tetrahydrocannabinol). THC wordt opgeslagen in het vetweefsel. Deze geeft de stof langzaam af aan het bloed. THC blijft lang in het lichaam en kan tot wel dertig dagen na gebruik in de urine aantoonbaar zijn.

